Circulaire economie: Leer van de natuur en kopieer haar

HSL Tokyo-Kyoto (foto: Wordpress)

HSL Tokyo-Kyoto (foto: Wordpress)

“In een circulaire economie leer je van de natuur en kopieer je haar!”, dat zegt Douwe Jan Joustra, managing partner van One Planet Architecture institute in een interview met duurzaamplus.nl. Hij noemt zijn instituut OPAi – een gezamenlijke onderneming van hem en architect Tomas Rau – een ideeënfabriek. Of nog beter gezegd, een signaleringsfabriek in deze tijd van transitie naar een circulaire economie. “We zijn trendwatchers, brengen als ‘architecten’ van die nieuwe economie partijen tot elkaar. Het gaat bij ons al lang niet meer alleen om de bouw. Circulaire economie is allesomvattend.”

“Het gaat om duurzame oplossingen zonder het over duurzaamheid te hebben.”

Kracht van zwakke signalen

De vele crises – of het nu gaat om de banken, de bouw, de belastingen, de euro of het milieu, we kunnen onze ogen er niet langer voor sluiten. De gevestigde orde vangt de zwakke signalen van vernieuwing, verandering en oplossing niet op of wil die niet opvangen en loopt zo in zichzelf vast. “Onze minister Stef Blok voor Wonen en Rijksdienst is druk bezig om met allerlei maatregelen de gevestigde, maar uitgewerkte orde, te redden door te slijpen aan dat bestaande systeem. Alleen daarmee los je structurele problemen niet op.” Het is nu de kunst de kracht van die zwakke signalen van verandering uit te nutten. Dat is meer dan oog hebben voor de gevolgen van klimaatverandering zoals de Club van Rome en Al Gore. “Het gaat nu om evenwichtige, duurzame en lange termijn oplossingen. De natuur stelt nu steeds vaker haar grenzen en daar kunnen we niet meer omheen, want ons sociaal en economisch systeem is geheel afhankelijk van de natuur.”

“De natuur overleeft wel. De vraag is of de mens overleeft op een manier zoals hij dat wil.”

Natuur kopiëren

Douwe Jan Joustra (foto"OPAi)

Douwe Jan Joustra (foto”OPAi)

De oplossing ligt volgens Joustra niet in zuinig zijn. “Eén ding leer je direct van de natuur en dat is , dat zuinigheid niet iets natuurlijks is. De natuur is vaak overvloedig, juist rijk aan diversiteit. Ze zorgt goed voor zichzelf door haar biodiversiteit en biomassa als grondstoffen op verschillende manieren aan te wenden. We kunnen veel van haar, haar kringlopen en thermodynamica leren en kopiëren in onze opkomende circulaire economie.” Bij de ecologische kringloop tekent Joustra nadrukkelijk aan, dat een kringloop per definitie breed en veelzijdig is. “Wij zijn geneigd te denken dat we van een grondstof steeds hetzelfde moeten maken. Dat gebeurt in de natuur meestal niet. Daar worden grondstoffen in allerlei organismen anders en opnieuw gebruikt en ontlenen daar nieuwe kracht en waarde aan.”
Enthousiast vertelt hij over kop van de snelle Shinkansen, de hogesnelheidstrein Tokyo – Kyoto. De vorm van zijn kop is afgekeken van de snavel van de ijsvogel en zo gestroomlijnd dat het geluid van de HSL minimaal is en geen geluidsbarrière meer doorbreekt. Hetzelfde zie je terug in die wedstrijdzwempakken, die geïnspireerd zijn op de eigenschappen van de haaienhuid en de zwemsnelheid van de drager met zo’n drie procent verhoogt. Joustra trekt deze lijn van kopiëren door naar begrippen die de natuur niet kent, maar dominant zijn in ons huidige economische systeem van concurrentie en eigendom.

Energie in overvloed

“Het handen uit de mouwen en vooruitkijken. Circulaire economie zo framen dat het hét uitgangspunt is. Daarmee maakt je het breed en veelzijdig, want er is niet één oplossing. Ik heb zo genoeg van het eindeloos elkaar overtuigen van ons gelijk. Dat is nog eens energieverspilling! Ontwikkelen op basis van coöperatieve leerprocessen, daar krijg je energie van!”

In de circulaire economie is de rol van de mens meer inzicht te verwerven hoe grondstoffen in roulatie te houden. Soms hebben we die know how al, soms nog niet. Als voorbeeld noemt hij de veronderstelde energieschaarste. “Die bestaat niet. De angst ervoor wordt mijns inziens aangewakkerd en in stand gehouden door de gevestigde belangen van de traditionele energieleveranciers. Er is wél schaarste in innovatieve technische kennis voor productontwikkeling.” Zo vraagt hij zich af waarom ons elektriciteitssysteem nog steeds gebaseerd op het 220V-systeem uit de vorige eeuw, terwijl onze zonnepanelen 14V leveren en een laptop of tablet die low voltage vraagt? Terwijl hij dit uitlegt, gaat in de ruimte naast ons – in Loods 6 van het voormalige passagiersterminal van de KSMN waar OPAi kantoor houdt – het licht uit. “Kijk, dat is Philips”, zegt Joustra lachend. “Wij betalen als klanthuurder aan deze lichtleverancier de hoeveelheid licht die wij op tafel krijgen. Aan Philips dat zo doelmatig mogelijk te doen. De winst voor deze steeds door hen bij te stellen kwaliteit en kwantiteit is voor hen.” En of die energie verkregen wordt door zonnepanelen, windturbines, koude-warmteopslag van de vrijkomende warmte hier in deze ruimte, is niet meer onze zaak. Dat soort zaken moet je overlaten aan mensen die in deze nieuwe vorm van diensteneconomie, daar verstand van hebben.

Hun tv en hun auto

Dit verdienmodel kun je in vele variaties toepassen bij het gebruik van bijvoorbeeld een televisietoestel, auto of huis. “Waarom moeten we een televisietoestel bezitten, terwijl we het alleen gebruiken? Wat moeten we met al die chemische stoffen, die we met dat toestel het huis in dragen en waarvoor we bij vervanging de gemeentereiniging bellen of naar de kringloopwinkel brengen? “Als dat toestel nu eens eigendom van de Samsung’s of LG’s van deze wereld blijft, dan zijn en blijven, die grondstoffen ook van hen. Hun belang is een goed toestel te maken en te leasen aan een tevreden klant en zich tegelijkertijd verzekerd te weten van grondstoffen, die schaars zijn”. Joustra citeert uit een onderzoek in de Verenigde Staten onder mannen en vrouwen van onder de dertig jaar, waaruit blijkt dat 30 procent van hen geen eigen auto wil kopen, maar vervoer wil kopen! Dat is geen idealisme meer, dat is business. “Van deze cijfers is de Amerikaanse auto-industrie zich rot geschrokken. Het dwingt hen na te denken over nieuwe gebruiksmogelijkheden zoals autodelen, car2go of verhuur, waarvoor het instrumentarium in de auto als vanzelfsprekends ingebouwd zou moeten worden.”

Wonen in je pensioen

“De crisis in de bouw wordt nu te veel bestreden met maatregelen zoals hypotheekaftrek of verlaging overdrachtsbelasting, vanuit het systeem dat de crisis zelf heeft veroorzaakt.“

De manager partner van OPAi pleit voor een systeemverandering en gooit een heilige huisjes om met name in de bouw. “De bouw moet niet leveren, maar oplossingen bieden. Niet alleen voor de renovatie van de oude woonvoorraad, leegstand van kantoren of energie neutrale wooneisen, maar ook voor duurzame financiering en onderhoud van de bouw.” De tijd dat gemeenten, bouwbedrijven en institutionele beleggers, ten eigen gewin woonwijken uit de grond stampten, is voorbij. De crisis in de bouw wordt nu te veel bestreden met maatregelen zoals hypotheekaftrek of verlaging overdrachtsbelasting, vanuit het systeem dat de crisis zelf heeft veroorzaakt. De bewoner als gebruiker is aan zet. Die zou zich kunnen gaan afvragen: waarom is de bank of pensioenfonds voor ruim 90 procent financieel eigenaar van mijn huis, terwijl ik daar 100 procent de verantwoordelijkheid voor draag, wat betreft onderhoud en aflossing van de financiering? Die investeerder hangt lekker achterover en vangt! Hanteert een institutionele belegger, bijvoorbeeld een pensioenfonds daarentegen bij zijn beleggingen een meer langetermijndenken, dan stapt hij in woningbouw. Hij levert dan woondiensten en verhuurt het volgens het verdienmodel van het gebruik van diensten zoals lichtvoorziening etc. Dan is dat meer dan een stapel stenen. Het bekent continuïteit in rendement waarbij ook nog eens de maandelijkse lasten door de jaren heen beduidend lager worden. Zou dat niet een goede garantie zijn voor een stabiele investering en dus voor de uitkering van pensioenen?

Overheid helpt mkb

Het lijkt alsof de overheid weinig merkt van wat er buiten Den Haag speelt. Die zwakke signalen van verandering worden daar niet of nauwelijks opgevangen. “In mijn omgeving hoor ik steeds meer van mensen, dat ze geen zin meer hebben om mee te doen aan een Green Deal. Veel te veel rompslomp en het levert niet veel op. De overheid moet innovatie faciliteren. Niet die grote marktpartijen hebben hulp nodig, maar het mkb. Dat kan het niet helemaal alleen doen en heeft hulp nodig om te overleven. “Ik noem dat die overlevingsperiode de incubatietijd. Geef een product de kans. En gedraag je als overheid als launching customer door consequent duurzaam in te kopen, liefst op basis van ‘performancebased contracting’.

“Verleg de focus van eigendom naar de prestatie van producten en de service die dat met zich mee brengt.”

www.opai.eu

Désirée Crommelin
©duurzaamplus.nl



Geef een reactie

Subscribe to this comment feed via RSS

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.